Teel zelf aardappelen in je moestuin

Verkrijgbaar bij:

De aardappel... een gezonde knol waar je eindeloos mee kan variëren.
Gaande van een heerlijke winterse stoemp tot lekkere frietjes, ovengebakken chips of koude aardappeltjes in een zomerse salade.

Teel zelf je aardappelen in je moestuin en geniet er het hele jaar door van!

Tip: Combineer verschillende soorten aardappelen, zo kan je het hele jaar door smullen van je eigen oogst.

Hoe begin je aan de teelt van je aardappelen? Volgens onderstaande 4 stappen:

1. Standplaats bepalen en bemesten
2. Voorkiemen en planten
3. Aanaarden en bemesten
4. Oogsten en bewaren


1. Standplaats bepalen en bemesten

Aardappelen groeien goed op verschillende grondsoorten. Alleen natte gronden zijn te mijden. Lichte gronden lenen zich goed voor primeurteelten, terwijl de zwaardere gronden beter bewaarbare aardappelen opleveren. De grond verwerft een luchtige structuur en wordt, indien regelmatig aangeaard, tamelijk vrij van onkruidzaden.

Om groen en stevig loof te bekomen en om aardappelziekte te vermijden, is een plaats in de volle zon, met voldoende luchtbeweging een absolute noodzaak. Aardappelen wensen een bodem met een lage pH-waarde, 5 à 6 is voldoende.

Tip: laat een bodemanalyse uitvoeren bij Horta. Zo weet je perfect wat jouw grond nodig heeft.

Een organische grondverbetering met gedroogde koemest of bodemverbeteraar geeft je aardappelplanten een goede start. Kalium voorkomt glazigheid en zorgt later voor een betere bewaring. Ook patentkali strooi je voor het planten (ongeveer 45g/m²). Let wel op met stikstof. Dat doet het loof te weelderig groeien en de kans op aardappelziekte neemt toe.


2. Voorkiemen en planten

Om je plantaardappelen alle kansen te geven, laat je best voorkiemen.
Om het kiemen te starten, leg je ze een drietal weken voor het planten open in bakjes op een plaats met voldoende licht en bij een temperatuur van minimum 10°C. Zo vormen de plantaardappelen stevige en korte kiemen (scheuten) en halen ze een groeivoorsprong.
Laat de kiemen 1 à 2 cm groot worden en hard ze af door ze terug bij een temperatuur van 6 à 10°C te plaatsen.
Dit kan buiten op een droge plaats. Let wel op voor nachtvorst!

Wanneer kan je aardappelen planten? De plant- en oogstperiode is afhankelijk van welke soort aardappel je hebt. Het juiste moment om aardappelen te planten en te oogsten kan je vinden in het teeltschema hieronder.

 

Ook de afstand tussen de verschillende planten speelt een rol. De plantaardappelen (ook pootgoed genoemd) zijn verkrijgbaar in verschillende maten. De maat 28-35 mm is meest gebruikelijk. Voor de vroege teelten is een grotere maat interessanter omdat die meer reservestoffen heeft om na een vorstperiode te herstellen.

  • Primeuraardappelen
    De primeuraardappelen kan je in februari in de koude kas of plastiektunnel uitplanten of in maart een planting afdekken met gaatjesplastiek of vliesdoek. Enkel lichte gronden komen hiervoor in aanmerking. De plastiek of vliesdoek wordt verwijderd als de eerste keer aangeaard wordt.
  • Vroege aardappelen
    Deze kun je vanaf maart planten.
    Dek de rijen eventueel met een vliesdoek en stro, als bescherming tegen nachtvorst.
  • Halfvroege en late aardappelen
    Plant deze van begin april tot mei in de grond.
    Raadpleeg het teeltschema hierboven.

Aardappelen in volle grond: hoe ga je te werk

- Maak de grond goed los voor je start met planten.

- Plant de aardappelen in rijen met een tussenafstand van 30 tot 40 cm (vroege soorten dichter dan late soorten).
Dit is belangrijk voor de verluchting tussen de planten, om schimmelziekte te vermijden. 

 

- Tussen de rijen plant je ze 70 cm uit elkaar. Zo kan je zonder problemen tussen de gewassen lopen en ze later aanaarden.

- Maak putjes van ongeveer 5 cm diep als je zware grond hebt. Op lichte gronden maak je ze best 10 cm diep.

- Leg in elk putje één aardappel en vul terug met grond zonder aan te drukken. Gebruik een plantkoord om mooie rechte rijen te bekomen.

Tip: Aardappelen kan je ook in pot telen, ideaal dus als je over geen of een te kleine tuin beschikt.
Als je aardappelen in potten wil telen, zorg er dan zeker voor dat die voldoende diep zijn (12 tot 15 liter per plant). Laat zo’n 15 cm vrije ruimte als je de put met aarde vult en plant ongeveer 5 cm diep. Vul later twee keer bij met aarde, telkens de plant voldoende gegroeid is.

3. Aanaarden en bemesten

Bij het aanaarden wordt de grond rondom de planten opgehoogd. Dit moet twee keer gebeuren.

Een eerste keer als de planten ongeveer 10 cm hoog zijn, een tweede keer als ze ongeveer 20 cm hoog zijn. Je kan dit doen met een hak of een aanaarder.

 

 

Vergeet niet voor het aanaarden wat extra kalium of andere meststoffen aan de planten te geven indien je niet genoeg gaf vóór het planten.

Aanaarden heeft verschillende voordelen:

  • Planten krijgen een betere ondergrondse stengelvorming
  • Overtollig water wordt beter afgevoerd
  • Grond warmt snel op
  • Bescherming tegen nachtvorst


4. Oogsten en bewaren

Het oogsten of rooien van aardappelen doe je met een platte vork. Je steekt onder de aardappelen en licht de grond op om ze zo los te maken. Rooien doe je bij mooi en zonnig weer zodat de gerooide aardappelen goed kunnen drogen.

Laat ze niet langer dan één dag in de zon liggen, anders worden ze groen. Wanneer je kan oogsten, vind je in het teeltschema hierboven.

Vroege aardappelen kunnen al in juni geoogst worden zonder dat het loof al afgestorven is. De late aardappelsoorten worden pas in oktober geoogst.

Bewaar je aardappelen niet te lang. Hoe langer aardappelen worden bewaard, hoe meer vitamine C verloren gaat. De aardappelen worden best koel bewaard, bijvoorbeeld in de kelder bij een temperatuur tussen 4°C en 8°C. Een hogere temperatuur zorgt ervoor dat de aardappel gaat kiemen.

Weetje: Primeuraardappelen worden gerooid voor ze echt rijp zijn, wat een specifieke smaak en versheid oplevert. Ze hebben een flinterdunne schil, een iets zoetere smaak en zijn meestal vastkokend. Primeuraardappelen kunnen maar enkele dagen bewaard worden zonder smaakverlies.